In 1825 begon G. Engelberts Gerrits met het beschrijven de Noord- en Zuid Nederlansche Geschiedenis. Hij wilde de jeugd liefde voor de vaderlandsche geschiedenis bijbrengen. Uiteindelijk heeft hij 5 deeltjes geschreven.
In mijn verzameling heb ik het 2e (1829) en het 4e (1830) deeltje
In deze deeltjes worden onder andere de moord op prins Willem I en moord op de Gebroeders de Wit besproken.
De teksten waren niet geschikt voor tere kinderzieltjes:
De lichamen van dit uitmuntend broederpaar werden naar het schavot gesleept en van alle kleederen beroofd. Men sneed hun de vingers, den neus, de ooren en teenen af, veilende dezelve voor eenige stuivers te koop. Een uit deze onzinnige menigte boorden den Ruwaard een oog uit het hoofd en verslond het; een ander sneed een stuk vleesch uit zijn lichaam...Hiermee nog niet voldaan, keerde de afschuwelijke Verhoef des avonds half tien ure nog eens naar het schavot terug, en sneed de ligchamen open, rukte er het hart uit, en smeet dit den lijken in het aangezigt, ja spalkte zelfs het ligchaam van den Ruwaard, gelijk het slagtvee, met een hout op.
Het 2e deeltje heeft een handgeschreven naam en jaartal op binnenzijde kaft:
Dirkz wages 1840