Net als in de almanak voor 1834 hebben ook nu weer Mr. C.P.E. Robidé van der Aa en de Weduwe A.B. van Meerten een aantal verhalen en gedichten geschreven.
Deze almanak bevat oa. de verhalen de trouwe verzorgster en de weesjes en de gedichten het kinderspel en de badende kinderen.
Een klein stukje uit dit laatste gedicht:
Als 'k op den vijver staren mag,
Zoo helder als kristal
Dan wensch ik naar den blijden dag,
Dat 'k dáár mij baden zal,
En, zwemmende, als de blanken zwaan
Dáár fiks zal kopjen-onder gaan.
Maar als ik dat aan Ma vertel,
Dan beeft zij als een riet;
Zij toch houdt van het baden wèl,
Maar van het zwemmen niet,
Waar menig knaap, gelijk zij zegt,
Het leven daar heeft afgelegd.